Nederland haalt doelen voor klimaatfinanciering van lage-inkomenslanden

Nederland gaf in 2019 €581 miljoen uit aan publieke klimaatfinanciering. Dat bedrag mobiliseerde een bedrag van €752 miljoen aan private financiering. Dat blijkt uit het onderzoek Klimaatfinanciering van IOB. Dit totaalbedrag komt, zo constateren de onderzoekers, redelijk overeen met het gestelde doel om een redelijke bijdrage te leveren aan de internationale toezeggingen.

Dit onderzoek maakt deel uit van een breder IOB-onderzoek naar de evaluatie van het Nederlandse klimaatbeleid. Een volledig rapport van het deelonderzoek is in het Engels beschikbaar op de website van IOB. Ook een Nederlandse samenvatting is voorhanden. Drie IOB-onderzoekers hebben hieraan gewerkt: Marit van Zomeren, Ferko Bodnár en Pim de Beer. Centrale vraag in het onderzoek was of de financieringsvormen in lijn zijn met de beleidsdoelen van het Nederlandse klimaatbeleid in de ontwikkelingssamenwerking. Gekeken is naar de periode 2016-2019.

Deze studie is de eerste van een reeks studies die zal bijdragen aan de evaluatie van het Nederlandse klimaatbeleid voor ontwikkelingslanden. 

Onderzoekers Klimaatfinanciering Ferko Bodnar, Marit van Zomeren en Pim de Beer
De onderzoekers Ferko Bodnár, Marit van Zomeren en Pim de Beer

Taakverdeling

De drie onderzoekers hadden voor de studie Klimaatfinanciering vooraf een taakverdeling gemaakt. Marit van Zomeren onderzocht de beleidskant en de toekomst van klimaatfinanciering, en in welke mate verschillende doelgroepen, zoals vrouwen of boeren, werden bereikt. Ferko Bodnár keek vooral naar de invloed van publiek geld op klimaatprojecten waar ook de private sector aan mee betaalt. Pim de Beer bracht op basis van beschikbare datasystemen de geldstromen in kaart die samenhangen met klimaatfinanciering.

De drie onderzoekers komen met ruim 30 aanbevelingen om het beleid rond klimaatfinanciering beter op te zetten. De aanbevelingen zijn onder te brengen in drie thema’s: wat is het bereik van de Nederlandse klimaatfinanciering? Als tweede de rol van publieke financiering bij het starten en aanjagen van projecten waarin publieke en private financiering worden gecombineerd. Het derde thema gaat over de toekomst van klimaatfinanciering.

'DGIS moet een duidelijk beleid voor klimaatfinanciering formuleren om doelgroepen te bereiken'

Bereik klimaatfinanciering

Het mobiliseren van private financiering is een belangrijk onderdeel in de studie. Daarvoor hebben de onderzoekers een kader ontwikkeld met verschillende stadia die een geslaagd innovatief project kan doorlopen. Als voorbeeld van innovatie noemt Ferko Bodnár het gebruik van weersinformatie door boeren in ontwikkelingslanden. De start van zo’n project wordt meestal met publiek geld gefinancierd. Als het weerproject eenmaal draait, komt er ook interesse van andere partijen die hieraan commerciële diensten kunnen koppelen, bijvoorbeeld kredietverlening.

De onderzoekers constateren ook dat de doelgroepen uit beleidsstukken (zoals vrouwen, armen en boeren) niet consequent worden opgenomen in de opzet van projecten en in rapportages. Een van de aanbevelingen is dan ook dat DGIS duidelijk beleid voor klimaatfinanciering moet formuleren om doelgroepen te bereiken. Ook is het belangrijk dat er indicatoren komen voor opzet en goedkeuring van projecten.

Aanleg van een nieuw drainagesysteem in Zuid-Bangladesh
Beeld: ©Carel de Groot

Klimaatakkoord van Parijs

Het Klimaatakkoord van Parijs roept op om al het beleid en alle geldstromen af te stemmen op de klimaatdoelen, ook buiten ontwikkelingssamenwerking. De drie onderzoekers komen met dat uitgangspunt op een aantal aanbevelingen. Daarbij richten ze zich op het toekomstige kabinet dat bescheiden doelen kan nastreven, of de lat hoger legt. Een bescheiden kabinet kan in ieder geval de geplande directe steun aan de fossiele brandstoffensector afbouwen. Meer ambitie kan worden getoond in het verbeteren van de koolstofheffing en de invoer van nieuwe klimaatvriendelijke belastingen en tarieven.